Aan het begin van de tweede Wereldoorlog werden er twee vrachtwagens gevorderd door de Duitsers. Een derde vrachtwagen had Aart Vos verstopt in een hooiberg, die later is afgebrand. Aart schreef op 27 mei dat jaar een brief naar het Departement van Defensie in Den Haag om de waarde van de twee gevorderde wagens terug te krijgen. Destijds bedragen van 2.905 gulden voor de Opel en 3.115 gulden voor de Diamond.
Aart en Magritha, de oprichters van Vos Transport, lieten zich niet klein krijgen en al snel wisten ze twee andere vrachtwagens te bemachtigen. Tijdens de oorlogsperiode waarin sprake was van schaarste, zetten zij zich samen met name in voor de voedselvoorziening. Van de burgemeester van Nederhemert kreeg Aart hiervoor een beschikking waarmee hij toestemming had om voedsel te vervoeren.

Uitbreiding capaciteit
Ondanks dat Nederland in oorlog was, groeide het bedrijf toch en in 1942 werd in Nederhemert, aan de Kapelstraat een stuk grond gekocht waar een garage op gebouwd werd met capaciteit voor vier vrachtwagens.

Het is ook in dit jaar dat Magritha Vos-Smits op 48 jarige leeftijd overlijdt. Mede oprichtster van het familiebedrijf, toegewijd partner van Aart en moeder van 5 zonen en 2 dochters.

Vijf zonen nemen het bedrijf over
Na de oorlog, in de tijd van wederopbouw van de Nederlandse economie, kwamen de vijf zonen van Aart (Jan, Ernst-Marius(Es), Daniel, Bertus en Aart (broer)) steeds nadrukkelijker in beeld bij het bedrijf. In 1953 deed Aart zijn aandelen over aan zijn zonen en trad daarmee naar de achtergrond. De naam van het bedrijf werd daarom veranderd in Gebroeders Vos Transportonderneming.

Qua auto’s werd er in die tijd gereden met verschillende merken zoals Opel Blitz, AEC, Albion, Bussing en Berliet.
